slideshow 4 slideshow 5 slideshow 6

Daikblogs

Dijkwerkers

Veel beeldende kunst zul je niet vinden langs de 126 kilometers van ons provinciaal monument de Westfriese Omringdijk. Een uitzondering is het opvallende, herkenbare beeld van de Dijkwerker in Onderdijk. Hij staat precies op de plek waar het verkeer van de huidige Omringdijk weggeleid wordt om dwars door het dorp de voet te volgen van de oude dijk, die tot de jaren 60 van de vorige eeuw dit dorp nog in tweeën splitste. Het is nu een weg. De bronzen plastiek is uit 1981 en vervaardigd door de lokale kunstenaar Jan van Velzen (Onderdijk 1931). Het idee voor dit beeld zou destijds zijn ontsproten aan het brein van de vrouw van een plaatselijke raadslid met zo’n lange staat van dienst, dat hij in het dorp “de burgemeester van Wervershoof” werd genoemd. 
 
Wij, die onder de zeespiegel wonen, zijn onze dijkwerkers veel dankbaarheid verschuldigd. Op de Afsluitdijk, in Rotterdam, in Westkapelle en Onderdijk is dat nog maar eens zachtjes in brons uitgedrukt. In al die gevallen zien we figuratieve gestaltes die gebukt gaan onder het zware werk dat zij verrichten. Maar de dijkwerker van Onderdijk onderscheidt zich van de anderen. En terecht. Want hij vertegenwoordigt niet alleen de dijkwerkers van de 20e eeuw, waarvan de steenzetters natuurlijk tot de verbeelding spreken, maar staat symbool voor zo'n acht eeuwen geploeter in de prut. Met een schep en een houten kruiwagen. Het is een graver. 
 
Over een paar weken herdenken we de laatste stuiptrekking van de Zuiderzee, in 1916, die jongens en mannen massaal naar de dijken dreef om een op handen zijnde ramp te voorkomen. Inspanningen van de dijkwerkers bij Andijk hebben kunnen voorkomen dat de Omringdijk er toen doorbrak ( al zijn er trouwens ook die geloven dat dat de verdienste is geweest van de pastoor van Wervershoof, die ter plekke het gebed heeft aangeheven ), maar de schade was enorm. Er bestaan indrukwekkende historische foto's waarop de mannen in grote getale poseren bij het gehavende dijklichaam. 
 
bron ZZM
 
Op 13 en 14 januari 1916 voltrok er zich in Nederland een watersnood rond de Zuiderzee. Een stormvloed viel samen met een hoge afvoer op de rivieren. De zware noordwesten wind hield lang aan en dagenlange regen had bovendien de - slecht onderhouden - dijken verslapt. De Omringdijk hield weliswaar stand maar elders braken op tientallen plaatsen de dijken en er was daarnaast op veel plaatsen sprake van schade aan binnenbeloop en bekleding van de dijken. In de provincie Noord-Holland vielen 19 doden, terwijl er bij diverse scheepsrampen op zee nog eens 32 mensen omkwamen. Koningin Wilhelmina bezocht de getroffen gebieden. 
 
De ramp heeft uiteindelijk geleid tot de totstandkoming van de Zuiderzeewet. Er werden dijkversterkingen uitgevoerd die in 1926 werden voltooid. In 1932 werd de Zuiderzee definitief 'getemd' met de aanleg van de Afsluitdijk. Het zeekerende deel van de Westfriese Omringdijk is de laatste tien jaar door moderne dijkwerkers met idem materieel weer intensief onder handen genomen en versterkt.  De Zuiderdijk wordt waarschijnlijk in 2012 opgeleverd. Bescherming door dijken blijft een zaak van zorg.

Dankzij / ondanks de dijken

 

Een dijkdoorbraak: er zijn tijden geweest dat ik er niet van wakker lag, terwijl ik zelf toch al jaren in een polder woon. De straat waarin ik woon is aangelegd op de bodem van de Achtermeer ( drooggelegd in of kort na 1533 en daarmee volgens deskundigen toevallig ook nog eens de oudste droogmakerij in ons land. Dat kan op zichzelf al een reden zijn om je grote zorgen te maken. ) Ik ben van na de zeelandramp en dus opgegroeid met het idee dat wij met onze verregaande technische kennis van het keren van water en de wereldwonderlijke kunstwerken die dat heeft opgeleverd, niets meer te vrezen hebben van de waterwolf. De hele wereld kan overstromen, maar dit kleine landje aan de Noordzee met zijn onverzettelijke en vernuftige bewoners zal altijd dapper stand weten te houden... 
 
Volgens onderzoek van Maurice de Hond ( Dagblad Tubantia, Twentsche Courant, 24 september 2005) maakt hooguit een op de vier Nederlanders zich zorgen over natte voeten, of erger. Terwijl de kans dat veel Nederlanders omkomen door een overstroming volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu groter is dan de kans om te sterven door alle externe risico's bij elkaar, zoals een neerstortend vliegtuig of een ontploffing in het Rijnmondgebied. De dijkgraaf van NoordHollandNoord zei een paar jaar geleden:  “ De discussie over veiligheid achter de dijken is een hele moeilijke. Omdat wij alles in Nederland zo goed beschermd hebben, voelen de Nederlanders zich relatief veilig. Wat ze zich echter niet realiseren is dat als die hele zware dijk toch doorbreekt, het daarachter heel onveilig is. We doen er dan ook alles aan om dit te voorkomen, maar je kunt een dijk niet hoog of dik genoeg maken. Het water komt van meerdere kanten, van de zee, door regenval, noem maar op. Echt voorkomen kun je niet dat er op een goed moment iets overstroomt. Je kunt nu eenmaal nooit 100 % garanderen dat een dijk het altijd houdt.” De uitspraken leidden in 2007 tot het oppakken van de spade die tot op de dag van vandaag de Zuiderdijk tussen Hoorn en Enkhuizen ondersteboven legt. Die zou volgens zeggen op veel plaatsen te zwak zijn om extreem hoge waterstanden in het Markermeer te keren. De dijkgraaf : "Hoewel de kans op een dijkdoorbraak hier op papier eens in de tienduizend jaar is, zijn er dijkvakken waar de kans op een calamiteit eens in de dertig jaar is. Bij Broekerhaven bijvoorbeeld is de dijk 2,60 meter te laag."
Volgend jaar zal de Zuiderdijk weer aan ons worden teruggegeven, sterker dan ooit. 
 

Aan de westkant van Hoorn heeft de Omringdijk het op 5 november 1675, nu precies 336 jaar geleden, voor het laatst begeven. Een monument van dijkstenen en een wiel herinneren ons daar nu aan. 
 
 
Bij de foto rechts :
1975 De onthulling van een monument voor de laatste doorbraak van de Westfriese Omringdijk op 5 november 1675.
 
 
Met een stijgende zeespiegel, een nog altijd dalende bodem en een klimaatsverandering met verraderlijke kenmerken kan het misschien geen kwaad om dat moment vandaag weer eens voor ogen te nemen: 
 
"Wij schrijven het Rampjaar 1675. November is begonnen met een aantrekkende wind uit het West-Zuidwesten, en “…schoot dan naar Noord-West met stercke buyen, en met aenparsinghe des waters in de Zuyderzee.” Deze “vervaerlycken stormwindt” hield drie dagen en nachten aan. Op 4 november sloeg te Huisduinen een stuk duin weg en ook liepen alle slikken en schorren tussen Zijpe en Wieringen onder. De  situatie aan het noordwestelijk deel van de Omringdijk was kritiek. Op bepaalde plekken stortte de wierriem in zee en schoof het achterliggende aarden dijklichaam weg. Er werd volk opgeroepen in de dorpen om aan de dijk te werken en ook moesten er op stel en sprong wagens met extra materiaal komen. De bedreigde plek werd met zeilen afgedekt en met grote moeite slaagde men hier een dijkdoorbraak te voorkomen. 
Andere problemen kende men tezelfdertijd in Hoorn. Het in de Zuiderzee opgestuwde water bereikte hier een extreem hoog peil en reeds op 3 november dreigden sluis en dijk bij de Oosterpoort te bezwijken. De dijk werd ook hier met zeilen ( verzwaard met gewichten ) afgeschermd en een dag later liet men zelfs nog twee schuiten afzinken. Toch ging het vreselijk mis op een plek waar het niet was verwacht. Niet in Hoorn zelf, maar even bezuiden de stad, bij Scharwoude. Daar was de dijk in 1665 al eens zwaar beschadigd en nooit goed hersteld. Toen men op de ochtend van de vijfde november in Hoorn het gevaar aan de zuidkant van de stad plotseling in de gaten had gekregen en de noodklokken liet beieren om volk op te roepen was het al te laat. De dijk begaf het. Hij was niet bestand tegen de “swaerte”, de druk van het opgestuwde water. Het dijklichaam was week geworden en werd opgelicht, met alle gevolgen van dien. De waterwolf vrat na de doorbraak snel een gat uit ter breedte van 30 roeden ( 118 meter ) en een diepte van 30 voet ( bijna 10 meter ). De bevolking probeerde te redden wat er te redden viel. Veel boeren konden met hun vee de drooggelegen kerken in, maar elders stonden koeien drie dagen tot over hun buik in het water. De ellende was onbeschrijfelijk: “Het jammerlijck vluchten ende kermen der huysluyden was niet met drooge oogen aen te sien, komende de een met sijne beesten al swemmende ende sijn huysgezin volgende en anderen met schuyten en pramen naar de stadt Hoorn.” 
De noordwesten wind bleef nadien nog vier á vijf dagen aanhouden, waardoor tot aan Medemblik het land kon overstromen. Tot overmaat van ramp maakten ongure elementen van alle rampspoed en verwarring  gebruik om zich te verrijken. Landlopers probeerden zich met gedode varkens en schapen uit de voeten te maken. En “huisraet” werd op “diefachtiger wijse weghgenomen”. Natuurlijk werden herstelwerkzaamheden voortvarend aangepakt, maar
springtij op 16 november zorgde voor nieuwe overstromingen en toen men eind november dacht de zaak weer te hebben gesloten ging al het werk met een storm op 5 december nog eens  verloren….. 
Pas op 21 januari 1676 kwam een boog van 88 roeden ( 355 meter ) om de doorbraak gereed, die het water definitief kon keren. Er stond toen echter nog lange tijd 25.000 hectare land onder zout water. 
 
( Bron: “Een gemene dijk” van J. de Bruin en Diederik Aten )
 
Ik heb deze week via de website Hoe hoog woont U ? nog eens de exacte hoogte van mijn woning t.o.v. het N.A.P. bepaald en mijn maatregelen genomen. Ik raad iedereen aan hetzelfde te doen.
 
Bron: VKB – " dijkdoorbraak"  november 2005  en januari 2006

Pagina's

Theme by Danetsoft and Danang Probo Sayekti inspired by Maksimer